Particuliere verhuur maakt opmars in 2018

Ruim 475.00 woningen in de particuliere verhuur

img-banner

In 2018 waren er volgens het CBS ruim 280.000 particuliere verhuurders in Nederland. Deze groep verhuurders hadden gezamenlijk ruim 475.000 woningen in de verhuur. Het aandeel woningen dat verhuurd werd door particulieren bedroeg in 2018 ruim 31% van de totale verhuurmarkt, een stijging van 4% ten opzichte van 2012.

De totale woningvoorraad bestond in 2018 uit ongeveer 8 miljoen woningen, waarvan ruim 3 miljoen huurwoningen. Twee derde van deze huurwoningen betrof een woning verhuurd door een woningcorporatie (Eigen Haard, Lefier, Woonzorg Nederland etc.). Het overige deel van deze huurwoningen was in bezit van zogenoemde ‘overige verhuurders’, zoals bedrijven, institutionele beleggers en particulieren. Van alle woningen in het bezit van overige verhuurders was ongeveer de helft eigendom van particuliere verhuurders.

De particuliere verhuurder

De particuliere verhuurder is over het algemeen werknemer (37% van het totale aandeel). Zelfstandigen (27%) en pensionado’s (20%) vormen de overige dominante categorieën. Het aantal verhuurde woningen per eigenaar is onder zelfstandigen en pensionado’s wel hoger dan onder werknemers. Over het algemeen hebben particuliere verhuurders één woning in de verhuur (zie grafiek). In 2018 werden ruim 475.000 woningen verhuurd door 280.000 verhuurders, waarbij een kleine groep beschikt over meer dan 5 woningen in de verhuurportefeuille. In totaal zijn er 250 particuliere verhuurders in Nederland die een portefeuille bezitten met meer dan 50 woningen bestemd voor de verhuur.  

Grafiek: Hanzevast, Bron: CBS (2019)

Particuliere verhuur per regio

Particuliere verhuur speelt zich voornamelijk af in de Randstad. Ruim een kwart van de verhuurde woningen bevindt zich in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht. Gemiddeld in Nederland is het aandeel particuliere huurwoningen ongeveer 6%. In steden als Groningen (15%), Den Haag (13%) en Amsterdam (12%) is dit aandeel het grootst. Hierbij gaat het deels om woningen die worden verhuurd ten behoeve van het toerisme. Om deze reden zijn Vaals (15%) en Valkenburg (11%) ook uitschieters.

Vraag vs. aanbod

De vraag naar huurwoningen in de vrije sector neemt sterk toe, vooral onder de middeninkomens (€35.000-€50.000 per jaar). Deze groep geraakt middels hun specifieke woonwensen min of meer tussen wal en schip (zie afbeelding). De huishoudens met een middeninkomen hebben een te hoog inkomen voor het bewonen van een sociale huurwoning, maar in vele gevallen een te laag inkomen voor het afsluiten van een hypotheek. Daarnaast is het door o.a. de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de stijgende huizenprijzen (met name in de steden) voor veel woningzoekenden lastig zo niet onmogelijk om een koopwoning te financieren. De koopwoning verliest hiermee terrein, terwijl de vrijesectorhuur sterk aantrekt.

Schematische mismatch van de Nederlandse woningmarkt in 2018.

Schematische mismatch op de woningmarkt in 2018 (Bron: Stec Groep, 2018).

Beleggen in particuliere verhuur

Huurwoningen in de particuliere sector zijn hiermee bij uitstek populaire beleggingsproducten. Het levert stabiele rendementen op en kent (bij gezonde spreiding binnen een portefeuille) een laag risicoprofiel, aangezien de vraag het aanbod sterk overschrijdt en de kans op leegstand hierdoor minimaal is. In vele steden wordt er dan ook geïnvesteerd in de voorziening van deze woonbehoefte. De particuliere verhuursector biedt echter nog steeds onvoldoende investeringsmogelijkheden voor het beschikbare kapitaal.

De Nederlandse beleggingsmarkt voor woonvastgoed in de vrije sector blijft hierdoor ook de komende jaren aantrekkelijk. De structurele vraag naar huurwoningen in de vrije sector, gecombineerd met het beperkte aanbod waarborgen een relatief stabiel rendement voor beleggers.


Bron: CBS (2019)
Geschreven door Niels Zwaneveld